BLOG 1 - De berg die nergens heen ging
Hoe ik als programmamanager twintig jaar lang bleef klimmen - tot ik ontdekte dat het pad niet omhoog, maar in rondjes liep
Ik heb nooit de Mount Everest beklommen. Ik koos een andere berg: de berg die nergens heen ging. Ruim twintig jaar werkte ik als programmamanager en consultant in opdracht van de overheid. Een wereld vol grote ambities, belangrijke titels, veel vergaderstoelen en nóg meer PowerPoints. Alleen had ik pas laat door dat ik eigenlijk op een berg liep die prachtig leek… maar geen top had.
Ergens onderweg ontdekte ik iets vreemds: hoe harder ik klom, hoe minder ik begreep waarom ik überhaupt was begonnen.
Het professionele theater
De dagelijkse realiteit bestond uit:
-
vergaderingen over vergaderingen
-
workshops die vooral oefenden in “alignment”
-
opdrachtgevers die gisteren een oplossing wilden
-
voor problemen die nog niet gedefinieerd waren
-
KPI’s die meer over declarabiliteit gingen dan over waarde
-
en governance-structuren die zo complex waren dat je er bijna een gids voor nodig had
Het voelde soms alsof ik meedeed aan een langdurig improvisatiestuk met een script dat steeds veranderde - en af en toe spontaan verdampte.
Humor tussen de mistbanken
De absurditeit had gelukkig ook iets komisch. Zoals de vergadering waarin we ruim een uur spraken over de vraag of iets een werkafspraak of een procesafspraak was. Of de collega die zei: “We moeten meer urgentiebesef creëren rond de urgentie.” Dat was het moment waarop ik dacht: “Aha. We zijn circulair gaan praten.” En dat paste eigenlijk perfect bij de berg die nergens heen ging: mooie paden, indrukwekkende routepaaltjes, stevige wandelschoenen… maar het landschap veranderde niet.
Klimmen zonder uitzicht
Ik deed m'n best, was loyaal en werkte hard. Maar hoe hoger ik kwam, hoe vaker ik het gevoel had dat:
-
de processen het doel waren geworden
-
de inhoud bijzaak was
-
beslissingen vooral werden uitgesteld
-
en dat ik op een berg stond die wel hoog voelde, maar geen uitzicht bood
Een berg die nergens heen gaat is verraderlijk: je blijft doorklimmen omdat het voelt alsof je bijna boven bent. Maar de top verschuift steeds een paar meter verder. En soms zelfs omlaag.
De zachte waarheid
Dit is geen klaagzang. Integendeel. Ik leerde er veel - over systemen, mensen, gedrag, gedrag in systemen en systemen die gedrag versterken. Ik ontmoette gedreven, slimme mensen met hart voor hun werk. En ik ontwikkelde vaardigheden die ik nooit elders had opgedaan. Maar ik leerde ook iets anders: Je kunt heel lang omhoog lopen… zonder dichter bij jezelf te komen. Soms merk je dat pas wanneer je stilstaat en ziet dat je eigenlijk al tijden hetzelfde rondje maakt.
Het besef
Het kwam op een dag dat ik om me heen keek en dacht: “Ik werk hard, maar er beweegt niets. Misschien is dit niet de verkeerde top - maar de verkeerde berg.” Dat was het eerste echte inzicht. Een rustmoment dat me scherper maakte dan welk projectplan of reflectiegesprek dan ook. En daar, precies daar, begon mijn afdaling.
Welkom in de wereld van mijn overheid.
In Blog 2 vertel ik over het theater: het systeem, het gedrag, de waanzin én de humor die ik onderweg tegenkwam.
BLOG 2 - Welkom in het Overheidstheater: waar iedereen speelt en niemand de regisseur is
Het theater waarin we allemaal meespeelden
Over angst, declarabiliteit, functioneringsgesprekken en doen alsof
Werken in opdracht van de overheid betekent vaak werken in een omgeving die zichzelf niet helemaal begrijpt. Het is een theater.
De scènes uit het grote Overheidstheater
- opdrachtgevers die een oplossing eisten vóórdat iemand had vastgesteld wat eigenlijk het probleem was
-
projecten die begonnen met een deadline, omdat een probleemdefinitie “later ingekaderd kon worden”
-
workshops waarin we “op één lijn wilden komen”, terwijl niemand wist waar die lijn lag en of ‘ie überhaupt bestond
-
overleggen waarin het gesprek vooral ging over hoe we iets moesten zeggen, niet wat we ermee wilden bereiken
-
dashboards vol groene vakjes die vooral bedoeld waren om het collectieve zenuwstelsel te kalmeren
-
KPI’s die enthousiast werden bijgehouden, zolang niemand vroeg wat ze precies betekenen
- en de introductie van een nieuwe ambtelijke kerncompetentie "meestribbelen".
En dan hadden we nog de heilige graal vanuit de adviespraktijk: declarabiliteit. Er is een hardnekkige werkelijkheid waarin professionals worden ingehuurd en vervolgens worden beoordeeld op het percentage van hun dag dat “in een systeem past”. Impact? Later. Waarde? Moeilijk meetbaar. Uren? Altijd concreet.
Functioneringsgesprekken
Functioneringsgesprekken waren misschien wel de grappigste voorstelling van allemaal. Ze gingen zogenaamd over groei.
Maar in de praktijk:
-
moest je “proactief” zijn in een omgeving die alles remde
-
kreeg je feedback over “zichtbaarheid”, alsof je carrière een marketingcampagne was
-
moest je een ontwikkelplan maken voor functies die volgende maand niet meer bestonden
-
en kreeg je complimenten over je inzet, maar de vraag of je “iets meer kon doen met minder tijd”
Het was geen gesprek. Het was een ritueel.
De paradox
De omgeving vroeg om verantwoordelijkheid, maar gaf je geen mandaat. En het vroeg om innovatie, maar gaf je geen ruimte. Iedereen leefde in dezelfde paradox: we deden alsof. Alsof we wisten waar we heen gingen. Alsof we wisten wat de bedoeling was. Alsof dit het werk was waarvoor we ooit waren begonnen.
De tragiek? Iedereen wist het. Niemand zei het hardop. Tot ik bijna omviel.
In Blog 3 vertel ik over mijn ervaringen bij één van mijn laatste adviesopdrachten
BLOG 3 - Een antropologische expeditie door beleidsland
Casus: Het Ministerie van Onbegrijpelijke Zaken
Aan het einde van mijn adviescarrière belandde ik bij een Ministerie waarvan ik de naam hier niet ga onthullen. Ik wil geen gedoe. Het maakt voor een beschrijving van de praktijk ook niet uit. Maar na mijn eerste weken wist ik: dit is het Ministerie van Onbegrijpelijke Zaken.
Een magische plek waar logica op vakantie is, verantwoordelijkheid collectief wordt doorgeschoven en waar de meest voorkomende vraag is:
“Ja maar… wat bedoelen we nou eigenlijk?”
Als onderzoeker/adviseur werd ik niet eens ingehuurd voor een opdracht. Nee. Ik werd ingehuurd om onbegrijpelijkheid te begrijpen. Een soort beleidsarcheoloog. Maar dan zonder schop - alleen een laptop, drie koffie en een trits vergaderverzoeken met mensen die liever niet wilden vergaderen.
Signaalmanagement: het ritueel van dingen zien en vervolgens niets doen
Mijn laatste optreden in het overheidstheater heette: signaalmanagement. Voor wie niet bekend is met dit fenomeen: signaalmanagement is het ambacht waarbij organisaties:
-
signalen uit de echte wereld verzamelen,
-
ze keurig categoriseren,
-
ze analyseren in vijf meetings,
-
ze plotten in een matrix,
-
en ze daarna collectief parkeren in een inmiddels overbelast Excelbestand.
Het is alsof de overheid zegt:
“We hebben een probleem gesignaleerd. Top! Dan kunnen we daar nu jarenlang op reflecteren.”
Het was mijn taak om:
-
signalen te duiden,
-
signalen te verbinden,
-
signalen in structuur te vatten,
-
en vooral: heel duidelijk te maken dat wij het signaal gesignaleerd hadden.
Want als het maar gesignaleerd is, dan is de rest van het universum ineens een stuk minder urgent.
De vergaderingen…
Bij deze opdrachtgever ontdekte ik een nieuw ecosysteem: de vergadering waarin iedereen er is, maar niemand iets wil.
De dynamiek was altijd ongeveer zo:
-
Iemand deelt een signaal.
-
Iedereen knikt alsof hij het al wist.
-
Niemand wil de eigenaar zijn.
-
Één iemand zegt: “Kunnen we dit niet bij Beleid leggen?”
-
Beleid zegt: “Dit is meer iets voor Uitvoering.”
-
Uitvoering zegt: “Dit raakt vooral Monitoring.”
-
Monitoring zegt: “Dit is typisch iets voor Beleid.”
-
En ik zit er tussenin, als beleidstolk, getuige van een zeldzaam natuurverschijnsel: verantwoordelijkheid die zo snel werd doorgeschoven dat je het bijna hoorde schuiven.
Mijn lievelingszin uit die periode: “Laten we dit even kaderen.” Kaderen! Het antwoord op alles wat niemand begrijpt maar waar wel een uitvoeringstoets op moet komen.
De taal van het ministerie
Ik heb veel talen gehoord in mijn leven, maar de dialecten op dit departement verdienen een eigen woordenboek.
Een greep:
-
We nemen dit mee.
→ Nergens heen. -
Hier moeten we even op reflecteren.
→ Niemand begrijpt het, maar we willen nog niet toegeven dat niemand het begrijpt. -
Kunnen we dit agenderen?
→ Kan iemand anders het oplossen? -
Wat hebben we hier eigenlijk onder te verstaan?
→ Paniek, maar beleefd verpakt. -
Dit signaal is zorgelijk.
→ We hebben geen idee wat we hiermee moeten. -
We zitten hier niet om naar elkaar te wijzen.
→ Iedereen zit exact daarom hier.
Een veldstudie in bestuurlijke zelfbehoud
Op een dag besefte ik: ik doe geen onderzoek naar signalen. Ik doe onderzoek naar mensen die zich door signalen heen bewegen als door drijfzand.
Het ministerie was niet toxisch. Niet slecht. Niet lui. Integendeel - het zat vol slimme, hoogopgeleide en betrokken professionals. Maar het systeem waarin ze moesten functioneren was als een enorm bord spaghetti zonder uiteinden:
je trekt ergens, het beweegt overal en niemand weet waar de slierten eigenlijk beginnen. Het was mijn taak om daar patronen in te vinden.
Mijn laatste wapenfeit
Het project eindigde. Mijn analyses waren degelijk. Mijn bevindingen vrij helder. Mijn aanbevelingen verstandig en bruikbaar, naar mijn maatstaf. Maar mijn échte inzicht? Dat was een ander. Ik ontdekte dat ik maanden bezig was geweest om patronen te duiden in systemen die niet ontworpen waren om problemen op te lossen - maar om ze te beheren. En toen dacht ik: “Dit was het. Mijn laatste overheidsopdracht” Niet omdat ik het niet meer kon. Maar omdat ik het niet meer wílde. Het Ministerie van Onbegrijpelijke Zaken was een briljante leermeester.
In Blog 4 vertel ik over het moment dat ik eerlijk werd - en besloot op zoek te gaan naar de uitgang.
BLOG 4 - Het inzicht (en de ontsnapping)
Het moment waarop ik besefte: ik heb een bullshit-baan
En hoe dat het begin werd van een nieuw leven
Het gaat nooit om één moment. Maar er is wél een moment waarop je wéét dat je niet meer verder kunt zoals je bezig bent. Voor mij was dat geen burn-out, maar iets wat misschien nog verraderlijker is: een bore-out.
Ik stond op een dag voor de spiegel en dacht:
“Ik kan dit niet nog eens twintig jaar doen. Dit is niet wie ik ben.”
Niet omdat ik het werk niet kon. Niet omdat ik niet meer mee kon draaien. Maar omdat ik voelde dat het me leeg trok. Van binnenuit. Stilletjes. Langzaam.
Een bore-out - niet uit verveling, maar uit zinloosheid. De ziekte van betekenisloosheid.
Ik deed werk waar ik niet trots op kon zijn. Ik creëerde geen waarde meer. Ik liep achter processen aan die niets opleverden. Ik zette me in voor doelen die steeds veranderden en onduidelijker werden. En mijn talenten werden steeds minder ingezet - maar steeds meer uitgeperst.
Dat was het moment waarop ik eerlijk werd: Ik had een bullshit-baan. En dat inzicht heeft me niet geschaad.
Het heeft me gered.
Het dwong me om kritisch naar mezelf te kijken en te vragen:
-
Wie ben ik zonder rol?
-
Wat brengt me wél energie?
-
Waar maak ik impact?
-
Hoe wil ik werken?
-
Wat doet er eigenlijk toe?
Het antwoord kwam niet in één keer. Maar één ding wist ik zeker: Plan A was klaar.
Ik moest een nieuwe weg op. Een weg met rust, richting, betekenis en menselijkheid. En dat werd mijn nieuwe werk:
mensen begeleiden die vastlopen in hetzelfde systeem waar ik ooit zelf in verstrikt zat.
Professionals die voelen dat ze veel geven, maar weinig terugkrijgen. Mensen die moe zijn van de theaterrol. Mensen die twijfelen of dit het leven is dat ze wilden. Mensen die weten dat ze meer kunnen - maar niet meer wéten wat.
Ik help hen hun eigen Plan B vinden. Omdat ik weet hoe dat voelt. Omdat ik weet hoe bevrijdend dat is. En omdat niemand ooit bedoeld was om twintig jaar in het theater vast te zitten.
Het leven begint niet opnieuw als je tijd hebt.
Het begint opnieuw wanneer je eerlijk wordt.
Tot slot: herken jij het?
Die vraag stel ik niet als marketing. Die stel ik als mede-mens.
Herken jij:
-
betekenisloosheid?
-
politieke spelletjes?
-
onduidelijke opdrachten?
-
verantwoordelijkheid zonder invloed?
-
energie die weglekt?
-
stress of bore-out?
-
het gevoel dat je in een theater werkt waar niemand de regisseur is?
Dan is dit geen persoonlijk falen. Het is een signaal. Een uitnodiging. Misschien zelfs: jouw Plan B.